Straattheater op het podium

Japanse straatartiesten gebruiken de kamishibai methode: in een kist met open voorkant staan kartonnen borden met afbeeldingen. De artiest vertelt een verhaal en bij elke nieuwe scene hoort een nieuw bord. Denk aan Bob Dylan in zijn videoclip van Subterranean Homesick Blues, maar dan met plaatjes en droge humor. Interessant? De Zuid-Afrikaanse Jemma Kahn was twee jaar in Japan, vond het land niks, maar is wel een meester geworden in kamishibai. Dat laat ze zien op Jonge Harten met haar voorstelling The Epicene Butcher.  “Deze vorm van theater is voor het publiek heel bevrijdend.”

Door: Hannah Ellens

English version below

Waarom de theatermethode kamishibai?

“Het is een methode die tekenen en vertellen combineert. Dat past precies bij mij. Ik heb fine arts gedaan, maar ik ben afgestudeerd in drama. Dit was een goede manier om mezelf te dwingen weer te gaan tekenen. Bovendien is het gemakkelijk verplaatsbaar en goedkoop. Omdat deze vorm van theater zo beperkend is en veel regels heeft, moet je heel creatief zijn. Die begrenzingen zorgen voor goede verhalen. Je ziet weinig storytelling meer vandaag de dag. Terwijl het heerlijk is als iemand een verhaal vertelt. Nu krijg je er zelfs illustraties bij, dus je krijgt als publiek meer vrijheid. Het werkt hypnotiserend, als een TV: de acteur verdwijnt en is alleen maar een stem en de plaatjes bewegen in je eigen hoofd. Dus de voorstelling is voor iedereen anders.”

Waar gaan de verhalen over? 

“De verhalen waren in het begin vooral traditionele verhalen uit Japan, zoals The Spider’s Thread, over een man die een kans krijgt uit de hel te ontsnappen. Het leuke is dat je het steeds breder kunt trekken qua inhoud. Voor jullie in Nederland hebben we bijvoorbeeld een verhaal gemaakt over Andre Hazes. Zo iemand heb je in Japan niet. Maar ik heb ook weken gezwoegd om illustraties te maken bij een meer pornografisch verhaal, dat was wel even wennen. In de voorstelling worden zeven verhalen verteld, ieder verhaal duurt rond de vijf minuten.”

Hoe heb je kamishibai onder de knie gekregen?

“Mijn eerste aanraking met de methode was in het Manga museum in Kyoto. Dat is gevestigd in een oude school en in een leslokaal gaf een Japanse man een voorstelling. Het was erg grappig, want het publiek, allemaal volwassenen, zat tegenover hem op die kleine kinderstoelen. Eenmaal terug in het dorp waar ik woonde, vertelde een kennis van mij dat daar ook een kamishibai-artiest woonde. Een jaar lang ben ik daar samen met die artiest, een oude man, mee bezig geweest. Omdat hij geen woord Engels sprak, moest mijn kennis vertalen. Zo heb ik van twee mannen rond de 70 jaar oud het vak geleerd.”

Je speelt op veel festivals, wat spreekt je aan in Jonge Harten?

“Voor mij is Jonge Harten echt een mogelijkheid om gelijkgestemde mensen te vinden. Zowel in publiek als in andere artiesten. Sarah Jonkers, die ook op Jonge Harten staat, komt meedoen in een van mijn voorstellingen. We zijn nu bezig om een verhaal voor haar te schrijven, omdat zij ook illustratief kunstenaar is. Ontmoetingen die je hier hebt, kunnen dus zomaar uitlopen in toekomstig werk. Dat is cool, dat is spannend.”

 —————————–

Street theater on stage

Japanese street artists use the kamishibai method: in a box with an open front are cardboard boards with illustrations. The artist tells a story and with every new scene comes a new board. Think of Bob Dylan in his music video of Subterranean Homesick Blues but with images and humor. Interesting? The South-African Jemma Kahn lived in Japan for two years, didn’t like the country, but became a master in kamishibai. She shows us at Jonge Harten with her show The Epicene Butcher. “This form of theater is very liberating for the audience.”

Why do you use kamishibai?

“It is a method that combines drawing and telling stories. That suits me. I studied fine arts but graduated in drama. This was a good way to force myself to start drawing again. Besides it is very portable and cheap. Because there are so many limitations and rules tot his way of performing, you have to be creative. Those limitations make good stories. You don’t see much storytelling anymore these days. Even though it is wonderful if someone tells you a story. Now you even get illustrations, so there is more freedom for the audience. It is hypnotic, like television. The actor disappears and is nothing but a voice and the images move in the audience’s mind. So the show is different to everyone.”

What are the stories about?

“The stories started with traditional Japanese stories, like The Spider’s Thread, about a man who gets the chance to escape from hell. The fun thing is that you can broaden the content. For you, here in Holland, we made a story about Andre Hazes. You don’t have a person like that in Japan. But I also worked for weeks on illustrations with a more pornographic story, that was different. During the show I tell seven stories, each story takes about five minutes.”

How did you learn kamishibai?

“My first encounter with the method was in the Manga museum in Kyoto. The museum is in an old school and in one of the classrooms a Japanese man gave a show. It was very funny, because the entire grown-up audience was sitting on these tiny kids chairs. When I returned to the village where I lived, a friend told me there lived a kamishibai-artist as well. For a year I have been working with the artist, an old man. Because he didn’t speak a word of English, my friend had to translate. So I learned the trade from two old men of around 70 years.”

You perform a lot on festivals, what attracts you to Jonge Harten?

“To me Jonge Harten is an opportunity to meet like minded people, both audience and artists. Sarah Jonkers, who also performs at Jonge Harten, joins one of my shows. We’re writing a story for her to illustrate, because she is also an illustrator artist. Meetings you have here can turn into future work. That’s cool, it’s exciting.”

Advertenties